2018 begint een weekje later

Het ging pas echt mis op de avond vóór oudjaarsdag. Ik was al twee maanden aan het kwakkelen; van een verkoudheid naar een buikgriep, naar een voorhoofdsholteontsteking, naar een griep en weer terug naar een verkoudheid. Ik dacht dat ik eindelijk aan de beterende hand was, tot die avond van 30 december.
‘Ik heb een beetje pijn. Hiero.’ Ik wreef over mijn keel en keek Henk zielig aan.
‘Aaaah, moppie toch.’ Dat is Henk-taal voor: “Kut voor je, maar wat wil je dat ik er aan doe?” Hij bedoelt het goed hoor.

De volgende dag was de keelpijn tien keer zo erg, vergezeld door misselijkheid en algehele malaise. De laatste dag van 2017 bracht ik door zoals ik het hele jaar had doorgebracht: ellendig en vol zelfmedelijden. Die avond vierden we oudejaarsavond bij familie. Het was gezellig. Ik helaas iets minder.

De dagen daarna bestaan uit een waas van pijn, misselijkheid, een blauwe emmer naast het bed. Henk die mijn haar uit mijn gezicht houdt en vervolgens de emmer leeggooit, omspoelt en weer binnen handbereik zet, om een uur later met engelengeduld dezelfde handelingen te herhalen. De enige twee keren dat ik uit bed ben geweest – verder dan de wc bedoel ik – is toen we naar de huisarts gingen. Ik met een zonnebril op, want licht was onverdraaglijk. Hypochondrisch als ik ben, was ik in mijn hoofd al drie keer overleden aan achtereenvolgend hersenvliesontsteking, keelkanker en nierfalen.
De huisarts was minder onder de indruk. ‘Gewoon uitzieken’, was het advies. Dat ik al twee maanden aan het uitzieken was, daar kon ze niks mee. ‘Ik heb wel pilletjes, maar die mag jij niet. Door de Crohn.’

Klote-Crohn. De hele reden dat ik geen weerstand heb is ook de reden dat ik veel medicijnen niet mag en dus steeds maar moet ‘uitzieken’. Iets wat bij mij drie keer zo lang duurt als bij een gezond mens.
Klote-Crohn dus.

Ondertussen is het 5 januari en ik heb nog niets van het nieuwe jaar meegekregen. Nog niemand drie ongemakkelijke zoenen gegeven, nog geen handen geschud. Vandaag is de eerste dag dat ik langer dan vijf minuten naar een oplichtend scherm kan kijken zonder dat het voelt alsof iemand met een hete breinaald mijn oogkassen doorboort (al heb ik deze blog wel in drie sessies geschreven, verdeeld over de ochtend). De eerste dag dat ik de blauwe emmer nog niet nodig heb gehad, met de kanttekening dat ik ook nog niks heb durven eten. De eerste dag dat Henk mij weer alleen thuis durfde te laten en naar zijn werk is. Het begin is er.

Ik moest nog uitzieken van 2017, iets wat bij mij dus langer duurt dan bij gezonde mensen. Vanaf hier kan het voorlopig alleen maar beter worden denk ik dan maar. Mijn 2018 begint gewoon een weekje later…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s