Een doodgewone dag uit mijn leven

Hoewel ik (op dit moment) huismoeder ben en (voor mijn normale doen) even geen druk leven heb, maak ik wel regelmatig van alles mee. Deze keer neem ik jullie voor de grap eens mee in een doodgewone dag uit mijn leven. Het wordt een lang verhaal, dus ga er even goed voor zitten.

Drie jaar geleden besloot ik om een nieuwe opleiding te gaan volgen. Ik zit op dit moment in de laatste fase; de examens. Daarvoor moet ik het laatste half jaar regelmatig met de trein naar Leiden, waar het hoofdkantoor van het NTI gevestigd is. Zo ook gisteren, voor een examen Engels.

De heenweg verliep volkomen vlekkeloos en om kwart over 8 ’s ochtends stond ik voor het gebouw waarvan de deur pas om kwart voor negen open gaat. Omdat de treinen in Nederland nou niet bepaald altijd even betrouwbaar zijn en te laat komen betekent dat je het examen opnieuw moet inboeken (kosten: € 75,-), zorg ik altijd dat ik ruim op tijd vertrek.
Na een half uur blauwbekken in de kou, kon ik eindelijk naar binnen en niet lang na mij arriveerden de andere examenkandidaten. Even later ving ik een gesprek op tussen vijf vrouwen die onderling discussieerden over hoe ze voor ditzelfde examen al een keer waren gezakt (één van hen zelfs twee keer), hoe moeilijk het wel niet was en hoe hard ze hadden geleerd.
Leuk detail: Ik heb dit examen al een keer eerder moeten doen (niet omdat ik was gezakt, maar omdat de overheid wil dat ik met mijn opleiding twee keer exact hetzelfde examen Engels maak, want dat is logisch. I know. Don’t ask.) en ik had zónder te leren een 7,5.
Nu wil ik absoluut niet opscheppen hoor (zeg even allemaal hoe goed en hoe slim ik ben!) maar zo moeilijk was het in mijn ogen dus niet.

Nadat we met tien man het lokaal in waren geloodst en alle papieren en dergelijke waren nagekeken, mochten we beginnen. Het eerste onderdeel bestond uit het lezen van Engelse teksten en het bekijken van Engelstalige filmpjes waarover veertig meerkeuzevragen werden gesteld.
In het Nederlands! Je kon daarnaast het filmpje zo vaak opnieuw afspelen als je wilde en bij de vragen over de teksten stond zelfs in welke paragraaf je het antwoord kon vinden.
Pies of keek!

In totaal hadden we anderhalf uur voor dit onderdeel, maar toen ik na een uurtje opstond omdat ik klaar was, keken negen hoofden me heel verbaasd aan. Heel even dacht ik dat ik misschien een paar vragen had gemist, maar een laatste check verzekerde me ervan dat ik toch echt alles had ingevuld.
Het volgende onderdeel (spreken en schrijven) zou pas drie uur later plaatsvinden. Nu heeft ‘Henk’ afgelopen weekend een boek voor mij gewonnen, dat ik mocht ophalen bij een boekhandel in de stad. Het zou – enkele reis – ongeveer twintig minuten lopen zijn, dus als ik terug kwam zou ik nog twee uur over hebben voordat het andere examen zou beginnen.

Helaas hadden de weergoden net besloten om de wolken open te gooien, dus door de stromende regen ging ik op pad.
‘Maar Maria, had je dan geen paraplu bij je?’ Jawel, die had ik wel, maar omdat het zo hard waaide was het onmogelijk om die open te klappen zonder dat hij in een vlieger veranderde.
Gelukkig lukte het me om grotendeels van overkapping naar overkapping te sprinten, dus toen ik bij de boekhandel aankwam was ik flink verwaaid, maar niet compleet verregend.
Ik werd heel hartelijk ontvangen door de meneer achter de balie, maar helaas; ze hadden de vracht nog niet uitgepakt en daar zat het boek nèt tussen. Of ik dus later die dag terug wilde komen?
Ik antwoordde met mijn liefste glimlach dat dat geen probleem was. Je moet er tenslotte wat voor over hebben om het boek dat boven aan je verlanglijstje staat gratis te krijgen.

Na een tussenstop bij de Mac voor een warme beker thee, ging ik terug naar het NTI. Daar aangekomen waren de dames elkaar nog steeds aan het vertellen hoe moeilijk ze het eerste onderdeel vonden en dat ze véél te weinig tijd hadden gehad voor alle vragen. Ik heb me er maar niet mee bemoeid en ben in een hoekje lekker autistisch mijn boek gaan lezen.

Na het tweede onderdeel van het examen ging ik terug naar de winkel. Gelukkig was het net dro… laat maar.
Twee seconden nadat ik naar buiten stapte begon de regen met bakken uit de hemel te vallen, voor de leukigheid deze keer afgewisseld met wat hagel. Toen ik opnieuw verwaaid (en deze keer wel verregend) bij de boekhandel aankwam en ik mijn boek overhandigd kreeg in een kek donut-inpakpapiertje, vond de boekenwinkelmeneer het een goed idee om mij nog even met mijn storm-hoofd op de foto te zetten. ‘Da’s leuk voor op onze Facebookpagina!’
Duimpje omhoog en lachen maar!

Nadat ik het hele pokke-eind weer terug had gelopen naar het station en mezelf vervloekte omdat ik niet mijn bergwandelschoenen maar mijn – nu doorweekte – gympies had aangetrokken, diende het volgende probleem zich aan.
Ik koop altijd een dagretourtje, die ik op mijn telefoon kan laden om zo in te checken bij de poortjes. Maar toen ik het e-ticket tevoorschijn wilde toveren, bleef mijn scherm sneeuwwit.
NS Reizen-app afgesloten en opnieuw opgestart, geen succes.
Telefoon afgesloten en opnieuw opgestart… geen succes.
Dan maar naar de infobalie, daar zouden ze me vast wel verder kunnen helpen.
Leuk detail; om bij de infobalie te komen op station Leiden, moet je eerst door de poortjes. Om door te poortjes te kunnen, heb je een vervoersbewijs nodig. Als je niet door de poortjes kan omdat je vervoersbewijs niet laadt, kun je dus ook niet naar de infobalie om te vragen wat je moet doen als je vervoerbewijs niet laadt.

Uiteindelijk heb ik een andere reizigster aangesproken, het verhaal kort uitgelegd en gevraagd of ik met haar naar binnen mocht glippen. Dat was gelukkig geen probleem. Ik legde het euvel uit aan de mevrouw van de infobalie, die heel droog antwoordde: ‘Ja, als je ticket niet laadt, kun je daar niet op reizen.’
No shit, Sherlock. Maar ik had dus wel betaald voor een dagretour en geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om een nieuw ticket te kopen.
Uiteindelijk heb ik de klantenservice gebeld en tien minuten later had ik digitaal een nieuw ticket ontvangen en kon ik mijn reis vervolgen.

Ondertussen was ik al behoorlijk aan het einde van mijn latijn en het enige wat ik op dat moment wilde was lekker neerploffen in een coupé, mijn boek lezen en de appel opeten die al de hele tijd in mijn tas lag te roepen.
De trein reed het station binnen, ik stapte in en besloot om tegenover een meneer te gaan zitten die als reisgezelschap twee grote rugtassen en een heule grote koffer had. Het was even puzzelen, maar toen ik eenmaal tegenover hem zat kon hij zijn rugtassen naast zich kwijt en de koffer stond op de grond naast onze benen. Daardoor kon er niemand meer op de twee stoelen naast ons zitten, maar het enige alternatief was de koffer in het gangpad zetten, en dat is al niet zo breed.
Ik pakte mijn telefoon en opende mijn e-book.

Nog geen twee tellen later kwam er een behoorlijk corpulente dame langslopen en precies naast ons bleef ze stil staan, wachtend tot wij plaats zouden maken. In paniek keek de man mij aan en begon haastig zijn tassen opzij te trekken, maar die koffer kon nergens heen. Verontschuldigend wees hij naar zijn bagage. ‘I am sorry…’
Met een kleuterjufstem en een opgeplakte ijskoude glimlach (Juf Ank was er niks bij!) antwoordde ze: ‘Zullen we het toch maar even proberen?’
En zonder pardon begon ze de koffer opzij te duwen, zodat die eindigde tussen de benen van de man en mij in. Nu heb ik geen fotomodel-benen, maar zelfs mijn korte stompjes moest ik helemaal intrekken. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe mijn overbuurman mij hulpeloos aankeek.
Met een plof liet de vrouw zich naast mij neervallen en direct zat ik compleet klem tussen haar billen en de wand van de coupé. Toegegeven; ik heb zelf ook niet bepaald een poezelig lief klein kontje, maar deze dame had toch zeker anderhalve stoel nodig en met mijn figuur daarnaast was dit geen goede combinatie. Om het tafereel compleet te maken pakte ze een boek uit haar tas en begon dit met haar ellebogen wijd uit elkaar te lezen.
Leuk detail: ze las ‘De edele kunst van Not Giving a Fuck’. Blijkbaar kan dat boek dus ook iets te goed werken.

Tijdens het half uur dat volgde, zat ik compleet ingeklemd en probeerde ik in mijn beste T-Rex-armpjes-imitatie mijn boek te lezen op mijn telefoon.
Ondertussen lag de appel in mijn tas me nog steeds te roepen, maar aangezien ik geen manier zag om de tas van de grond te pakken, bleef mijn maag zielig terugroepen. Zelf áls het me was gelukt om mijn tas te bemachtigen en de appel te bevrijden, was het nog een hele opgave om rustig te kunnen eten, want ik kon me alleen bewegen op het moment dat zij een bladzijde in haar boek om sloeg.
Even later haalde zij een grote chocoladereep uit haar tas en begon die met smaak op te eten.
Mijn maag klonk ondertussen als een zaagmachine.

Bij het volgende station, tien minuten voordat ik er uit moest, kwam er aan de andere kant ineens een stoel vrij. Zo één die helemaal vrij staat van andere stoelen. Een éénpersoonsplekje.
Zo snel ik kon, griste ik mijn spullen bij elkaar, sprong over de koffer heen en racete naar de stoel. Die was van mij! De laatste tien minuten van mijn treinreis heb ik de lekkerste appel ooit op.
Omdat ik helemaal gesloopt was en liever nog een half uur naast die vrouw zou zitten dan dat ik vanaf het station naar huis zou moeten lopen, regelde ik dat ‘Henk’ mij op zou halen van het station.
Leuk detail: ‘Henk’ was iets later dan ik had verwacht, waardoor de twintig minuten wachten waar ik vanuit ging, veranderden in vijftig minuten wachten. Buiten. In de kou. Met afstervende voeten.

Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat ik die avond niet heb gekookt en me er lekker makkelijk vanaf heb gemaakt met een pizza, waarna ik snel een warm bad nam en een half uur daarna weer weg moest voor een vergadering.

Over drie weken mag ik weer naar Leiden, deze keer voor het examen Rekenen.
Leuk detail: dit examen telt niet mee. Ik moet hem wel doen, ik moet wel kosten maken om naar de examenlocatie te komen en ik moet wel oppas regelen voor mijn dochter, maar of ik nou een één haal of een negen; het doet er niet toe, want het examen is niet toereikend bevonden.
Dus in plaats van een nieuw examen te ontwikkelen, doen we deze gewoon voor spek-en-bonen. Want dat is logisch.

Enfin; dit was een doodnormale dag uit mijn leven. Natuurlijk gaat het niet elke dag zo, maar er gebeurt op meerdere dagen in de week wel iets om over te schrijven. Als ik dat een jaar zou bijhouden en opschrijven, zou ik er een compleet boek mee kunnen vullen.
De vraag is natuurlijk; is het boeiend genoeg? 😉

* * * * * * * * * *

winnen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s