Knip!

Gisteren was weer eens zo’n dag dat niets liep zoals het moest. Iets met een knip, een kat en een gat in de deur. Lees maar mee!

Hijgend zet ik mijn fiets op de standaard en til met één arm de zeventien kilo aan blonde wervelstorm uit het fietsstoeltje. Terwijl zij direct naar de rode schommel in de tuin rent, zet ik mijn fiets in de schuur en doe de poort op slot. Direct komt onze witte kat aansprinten en begint klaaglijk te mauwen en tegen de deur aan te schuren.
Met de sleutels nog in mijn hand loop ik naar de achterdeur en draai hem van het slot.
Ik druk de deurklink naar beneden, trek… maar er gebeurt niets.
Verbaasd kijk ik naar het slot, alsof dat het mysterie zal oplossen. Van achter het raam zit onze zwarte kat me verwaand aan te staren.
Ik probeer opnieuw de sleutel rond te draaien, zonder succes. Even twijfel ik aan mijn eigen geestelijke gesteldheid en loop mijn handelingen van die ochtend na. Door de achterdeur vertrokken, deur op slot gedraaid. Het is onmogelijk dat ik in een domme bui de knip op de deur heb gedaan, want dat kan niet vanaf buiten. Ik trek nog een keer aan de deur. Toch voelt het alsof de onderste knip op de deur zit, want aan de bovenkant geeft hij mee.
Dan valt mijn oog op de kat binnen, die me nog steeds koelbloedig aankijkt. Even verbeeld ik me dat hij zijn tong naar me uitsteekt. Nee hè! Waarschijnlijk heeft dat pokkebeest het fantastische idee gehad om naar buiten te kijken en is daarbij met zijn poot op de knip gaan staan, waardoor deze nu net in de daarvoor bestemde gleuf is gevallen. Om het geheel nog erger te maken, besef ik me direct dat ik vanmorgen voor vertrek de voordeur wél op de knip heb gedaan. Iets wat ik normaal gesproken nooit doe.
Met andere woorden; we zijn buitengesloten. Door een kat.
Eigenwijs als ik ben, loop ik toch even naar de voordeur. Natuurlijk is hier ook geen beweging in te krijgen. De witte kat is meegelopen, op de hielen gevolgd door mijn dochter, en mauwt nu nog harder.
‘Ik weet dat je naar binnen wilt. Dat wil ik ook, dus hou even op met zeuren, ja?’
Ik kijk door het keukenraam naar binnen en probeer de zwarte kat, die nu naar deze kant van het huis is gelopen en me nog steeds uitdagend aankijkt, te negeren. Vanaf hier kan ik de achterdeur zien en baal nog harder; de knip zit maar een heel klein beetje in de gleuf. Hooguit een halve centimeter. Maar door die halve centimeter kunnen we dus mooi niet naar binnen.
Mijn dochter vindt het allemaal behoorlijk spannend en draait, in tegengestelde richting van de kat, onophoudelijk om me heen terwijl ze vraagt waarom we niet naar binnen kunnen en of dit betekent dat we nu voor altijd buiten moeten slapen en dat ze honger heeft en ‘ik mis mijn knuffels’. Ik kan me nog net inhouden om niet heel kribbig ‘Ja, we moeten voortaan onder een brug slapen’ te antwoorden en stuur haar naar het speeltuintje voor het huis. Ik moet even rustig na kunnen denken.
Ik loop verschillende scenario’s na in mijn hoofd, maar allemaal zijn ze even kansloos. Alle ramen zitten dicht en voor zover ik kan inschatten is het onmogelijk om zonder schade te veroorzaken binnen te komen. In een visioen komen ineens hele dure rekeningen van slotenmakers en nieuwe deuren voorbij.
Ik pak mijn telefoon en besluit mijn man te bellen, in de hoop dat hij de gouden tip heeft.
De telefoon gaat een paar keer over en schakelt daarna direct over naar voicemail. Inwendig vloekend probeer ik het opnieuw. En opnieuw. Dan geeft mijn telefoon de melding dat de batterij bijna leeg is. Ik schat dat ik misschien nog net één telefoontje kan plegen, dus ik bel de persoon die ieder meisje (ja, ik noem mezelf nog meisje) in deze situatie zou bellen.
Tien minuten later komt mijn vader zwaar hijgend de hoek om fietsen.
Ik leg hem de situatie uit en hij gaat direct in de weer met hamers en schroevendraaiers. Hij probeert eerst het klapraampje boven de achterdeur er uit te krijgen. Dat raampje schijnt trouwens een ‘bovenlichtje’ (of op z’n Sliedrechts: ‘bovelichie’) te heten. Wist ik ook niet.
Terwijl ik hem met een iets geruster hart gadesla en de kat nog steeds klaaglijk mauwend zijn witte vacht aan mijn broek smeert, gaat mijn telefoon. ‘Henk’ begint eerst met zich uitgebreid te verontschuldigen, maar ongeduldig en bang dat mijn telefoon uitvalt, val ik hem in de rede en leg uit wat er is gebeurd. Hij belooft direct in de auto te springen en vanaf zijn werk naar huis te komen.
Tegen de tijd dat ook hij de tuin in komt, is mijn vader al tot de conclusie gekomen dat ons bovenlichtje (bovelichie) goed beveiligd is en waagt nu een poging om de scharnieren van de deur zelf dan maar los te halen. Ook dat blijkt geen optie.
Ondertussen heeft ‘Henk’ een boor en een elektrische zaag uit de schuur gepakt en voordat je ‘buitengesloten’ kunt zeggen heeft hij al een klein gat in de deur gemaakt, net naast de vervloekte knip. Hij steekt zijn hand naar binnen en een seconde later is de deur open. Ik slaak een zucht van verlichting.
Samen zetten de mannen de deur weer in elkaar, terwijl ik koffie voor ze maak. Gelukkig heb ik deze twee kerels in mijn leven, want zonder zou ik waarschijnlijk reddeloos verloren zijn.
Hoe dan ook; ik weet nu drie dingen heel zeker: ons huis is goed beveiligd tegen inbrekers, er moet een andere knip op de deur en dit weekend eten we gebarbecuede kat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s