Het kerstdiner

Schrijven Online organiseerde in december 2017 een schrijfwedstrijd met als thema ‘Het Kerstdiner’.  De opdracht: schrijf een verhaal, essay of gedicht van maximaal 500 woorden waarin een kerstdiner centraal staat. Horror, fantasy, Young Adult, levensverhalen: alles mag. Eén tip van de jury: ‘Laat die kerstdiners maar heerlijk ontsporen’.

Helaas haalde ik de longlist niet (er waren ruim 800 inzendingen), maar ik deel graag mijn inzending met jullie.

Met hartelijke dank aan schrijfcoach Susanna Florie van Leessst voor het nakijken!

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Het kerstdiner

Met moeite schuif ik moeders zware stoel aan. ‘Zit je zo goed mam?’
Ze geeft geen antwoord. Zenuwachtig herschik ik de cranberrysaus en de schaal met gebakken aardappeltjes om plaats te maken voor het piece de resistance.
‘Nou, dan zal ik de rest maar opdienen. Ik hoop dat je trek hebt!’ Ik glimlach, maar mijn stem trilt. Ik heb uren in de keuken staan zwoegen om een traditioneel kerstdiner te bereiden, zoals zij vroeger deed. De afgelopen weken heb ik in het geheim een kookcursus gevolgd, speciaal voor vanavond. Ik ben trots op mezelf, al weet ik dat het voor haar nooit goed genoeg zal zijn. Toch hoop ik stiekem op haar waardering, mijn eerste compliment van haar.
Terwijl ik in de keuken de kalkoen uit de oven haal – dit is écht veel te veel voor twee personen – brand ik mijn hand aan de rand van de ovendeur. Ik wil het uitgillen van pijn, maar wil haar niet laten merken dat ik weer zo onhandig bezig ben. Dat haat ze. Ik slik de pijn weg en bijt op mijn lip om de tranen terug te dringen. Ik proef bloed, maar alles is beter dan toegeven.
‘Tadaa!’ Ik zet de schaal met veel flair op tafel en zie de altijd afkeurende trek om haar mond. Gelukkig rolt ze deze keer niet met haar ogen. Ongewild knijp ik mijn ogen afwisselend samen. Links. Rechts. Links. Rechts.
Het is een tic die je alleen ziet als zij bij me is. Mijn mama-tic.
Ik schep voor ons op en zoek voor haar het meest malse stukje vlees uit.
Ik neem een hap. Zij niet.
Dan wordt het me teveel en ik laat mijn hoofd in mijn handen zakken. Eindelijk komen de tranen. De frustratie, het jarenlange gevoel van minderwaardigheid, van afwijzing. Het komt allemaal naar boven en voordat ik het door heb, smijt ik mijn bord tegen de muur. De cranberrysaus laat een dikke, rode veeg achter op het smetteloze witte behang. Mijn hart bloedt mee.
Moeder verroert zich niet en ondergaat het. Zwijgend, afkeurend.
‘Verdomme mam!’ roep ik kermend, terwijl ik haar smekend aankijk.
‘Is mijn kookkunst nou echt zo erg? Kun je het echt niet opbrengen om voor één keer trots op me te zijn? Me een compliment te geven?’
Terwijl de tranen geluidloos langs mijn wangen stromen, laat ik me op mijn knieën naast haar zakken en leg mijn hoofd in haar schoot.
‘Waarom mam? Waarom moet je uitgerekend vandaag doodgaan?’