Tussen de zonnestralen

Mijn eerste publicatie was met het verhaal ‘Tussen de Zonnestralen’, dat ik instuurde voor de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Leessst. Hiermee won ik samen met nog vier anderen een schrijfworkshop en publicatie in de bundel. Het verhaal is lichtjes gebaseerd op dat van mijn moeder.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Tussen de Zonnestralen

Aarzelend liet ze haar hand over de zon glijden. Haar vingers beroerden één voor één de gele zonnestralen. Zou het pijn doen? Zou ze spijt krijgen? Ze schudde resoluut haar hoofd en zei streng tegen zichzelf dat ze niet zo’n watje moest zijn. Ze had er lang genoeg over nagedacht en hoewel ze het best eng vond, stond haar besluit vast.
Deze tattoo werd het. Ze vouwde de tekening, die zojuist uit de printer was komen rollen, op en stak hem in de kontzak van haar jeans.

Terwijl ze de deur uitstapte, besloot ze lopend te gaan in plaats van met de auto, het was tenslotte stralend weer.
Onderweg haalde ze de afbeelding nog eens tevoorschijn en keek er aandachtig naar. Dit was niet zomaar een zon, dit was een hele specifieke zon. Het was de afbeelding die op de vlag van haar geboorteland stond. De vlag van Uruguay.

Slechts acht jaar was ze geweest, toen ze met haar moeder en broertje de overtocht per boot had gemaakt. Daarna was ze nooit meer teruggekeerd.
Natuurlijk had ze graag op zoek willen gaan naar achtergebleven familie, naar haar vader, maar waar moest ze beginnen? Haar moeder was ondertussen overleden en had nooit iets losgelaten over wie hij was en of hij überhaupt nog leefde. Haar hele leven had ze een grote leegte gevoeld en deze afbeelding had haar altijd troost geboden. Haar jeugd was zwaar geweest. Haar moeder was een hardvochtige vrouw die weinig tot geen liefde toonde voor haar kinderen. Ze was vaak eenzaam geweest. Maar deze zon was haar hele leven een baken van licht geweest, dus het werd tijd om hem voor altijd deel van haar lichaam uit te laten maken.

Nu ze ouder was, hadden ook andere lichtpuntjes hun weg naar haar hart gevonden. Ze had een fantastische man, die altijd voor haar klaar stond. Samen hadden ze twee prachtige dochters en hoewel er tijdens hun tienerjaren de nodige strubbelingen waren geweest –in welk gezin niet?- was de band nu goed. Ze hadden haar zelfs drie kleinkinderen geschonken: twee meisjes en een jongen. Ook die werden met de zon vereeuwigd, hun initialen sierlijk tussen de zonnestralen verwerkt.

Haar hart bonkte in haar keel toen ze de tattoo shop binnen stapte. Ze volgde de instructies van de tattoo-artiest en keek toe terwijl hij het stencil op haar arm legde zodat ze samen konden bekijken hoe het er uit zou komen te zien. Nadat ze de laatste details hadden besproken, ging hij te werk. Even kneep ze haar ogen dicht toen de naalden haar arm raakten, maar toen ze eenmaal aan het gevoel gewend was geraakt, viel de pijn mee. Wie had dat ooit gedacht? Dat zij, als oma zijnde, nog aan een tattoo zou beginnen? Gebiologeerd keek ze naar de lijntjes die het apparaat vormde op haar huid.

Na ongeveer drie kwartier was de tattoo klaar. Tevreden bekeek ze het resultaat.
Ze bedankte de tatoeëerder, rekende af en stapte met haar nieuwe aanwinst naar buiten. Dit konden ze haar nooit meer afnemen.
Ze liep net de straat uit, toen haar mobiel ging. ‘Onbekend nummer’, gaf het schermpje aan. Ze twijfelde of ze op moest nemen, waarschijnlijk was het iemand die haar iets wilde verkopen. Toch zei iets haar dat ze het telefoontje maar beter aan kon nemen.

‘Met Carmen’
‘Ey, hermana! Dit is je broertje, hoe is het daar?’
Carmen zuchtte. Sinds ze beiden het huis uit waren gegaan, liet haar broer gemiddeld één keer in de vijf jaar iets van zich horen. De rest van de tijd was het alsof hij van de aardbodem was verdwenen. Toen ze jonger was had ze zijn aanwezigheid altijd heel erg gemist, hij was tenslotte haar enige link met het verleden, maar de laatste jaren had ze zich er bij neergelegd dat ze niet op hem hoefde te rekenen als het op familiebanden aan kwam.
‘Marco, dat is lang geleden… Hoe is het met je?’
‘Goed, goed! Maar daar bel ik niet voor! Luister, ga zitten. Zit je?’
Carmen keek om zich heen. Ze stond midden op de stoep, waar moest ze in hemelsnaam gaan zitten? En Marco kennende zou hij nu alleen maar met veel bombarie aankondigen dat hij in de buurt was en vanavond op visite zou komen, om vervolgens niet op te komen dagen.
‘Ja, ik zit. Wat is er aan de hand?’
Even bleef het stil aan de andere kant. Marco schraapte zijn keel.
‘Zusje… ik heb onze vader gevonden.’
Ze dacht dat haar hart een slag miste en luisterde maar half, terwijl haar gedachten alle kanten op schoten. Ondertussen vertelde Marco over hoe hij naar Uruguay was gevlogen om daar onderzoek te doen. Na veel mensen gesproken te hebben en nog meer doodlopende aanwijzingen te hebben gevolgd, was het hem gelukt om hun familie op te sporen. Die waren dolgelukkig geweest en hoewel hun vader al flink op leeftijd was, verkeerde hij nog in goede gezondheid. Ook hij had nooit een idee gehad van waar zijn kinderen naartoe waren verhuisd en waar hij moest beginnen met zoeken, hij had de hoop al opgegeven dat hij hen ooit nog in de armen zou kunnen sluiten. Marco vertelde dat hij een ticket voor haar had geboekt en dat ze over twee dagen bij hen zou zijn. Voor het eerst in vijfenveertig jaar zou ze haar vader weer zien.
Carmens hoofd duizelde en ze liet haar adem, die ze de hele tijd in had gehouden, ontsnappen.

Ze keek naar de afbeelding op haar arm. Aarzelend liet ze haar hand over de zon glijden. Haar vingers beroerden één voor één de gele zonnestralen.
Ze schenen feller dan ooit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s