Verbinding verbroken

In juli deed ik mee aan mijn eerste schrijfwedstrijd, georganiseerd door Editio Magazin. Tegen mijn eigen verwachting in, won ik de publieksprijs door de meeste stemmen te verzamelen. Nog geen bevestiging van mijn talent – of het gebrek daar aan – maar wel een hele eer. De opdracht was om het begin van een spannend verhaal te schrijven, met als onderwerp een telefoon die overgaat.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Verbinding Verbroken

Eef keek toe terwijl haar dochter ondersteboven aan het klimrek bungelde. ‘Doe je wel voorzichtig?’ Genietend richtte ze haar gezicht naar de zon. Zo kon ze het wel even uithouden. Het was rustig in de speeltuin: de meeste mensen waren op vakantie.
Het was jammer dat Jim geen vrij kon krijgen van zijn werk, want zelf had ze ook wel een weekje weg gewild. In gedachten zag ze hen al in slow motion over het strand rennen. Jim droeg een witte driekwartbroek en zijzelf en Fleur matching witte jurkjes. Hun haren wapperden in de wind en Fleur had een telefoon in haar handen.
Verbaasd knipperde Eef met haar ogen. Een telefoon? Op dat moment drong tot haar door dat er al even een telefoon in de buurt over ging. Geïrriteerd keek ze om zich heen. Waarom nam niemand dat ding op? Ze wierp een blik op Fleur en nadat ze had geconstateerd dat het meisje rustig in de zandbak zat, stond ze op en liep richting de plek waar het geluid vandaan kwam. Achter een bankje, in het gras, lag een oude Nokia 3310. Wie er ook belde, hij of zij was vasthoudend, want het ding bleef maar rinkelen. Eef pakte de telefoon en drukte op het groene hoorntje. ‘Afdeling verloren telefoons, u spreekt met Eef.’
Het bleef stil aan de andere kant.
Net toen Eef weer op wilde hangen, hoorde ze een mannenstem. ‘Hallo Eef. Kun je mij vertellen waar je deze telefoon hebt gevonden?’
‘Hallo! Hij lag in de speeltuin. Zal ik hem ergens afgeven zodat u hem daar op kunt h…’ ‘Met wie ben je daar?’ onderbrak de stem haar. Eef meende verontrusting te horen.
Wat een rare vraag! ‘Ik ben hier met mijn dochter. Maar wat heeft dat er mee te ma…’ ‘Zie je haar nog?’ Oké, dat onderbreken werd nu echt irritant.
Eef keek naar de zandbak, waar Fleur zojuist had gezeten. De zandbak was leeg. Waar ze ook keek, ze kon haar dochter nergens ontdekken.
‘Fleur!’ in paniek liep ze richting de speeltoestellen. Geen antwoord.
‘FLEUR!’
Ze schrok toen hij weer begon te praten. Ze had niet door gehad dat ze de telefoon nog steeds tegen haar oor gedrukt hield. ‘Evelien, luister goed. Ik weet wie je dochter heeft en samen kunnen we haar terug krijgen. Maar voordat ik jou kan helpen, moet jij eerst wat voor mij doen.’